Opa als watergeus tijdens Leidens Ontzet

watergeuzen 3 oktober

Opa Bredewold is de tweede persoon rechts.

Johannes Josephus Bredewold (1889 – 1951) is de vader van mijn moeder. Deze opa heb ik nooit gekend, want hij was al voor mijn geboorte overleden. Tijdens Leidens Ontzet deed hij als figurant mee aan de grote optocht. Er is een portret waarop hij in vol ornaat gekleed zit op een paard. Als kind vond ik die foto zeer fascinerend. Hij hing aan de muur bij de trap naar de woonkamer van oma, in het huis aan de Lange Mare.

Opa Bredewold had een winkel en als ondernemer maakte hij tijdens optochten reclame. Zoals nu nog gebruikelijk is. Hij heeft ook eens een praalwagen gefinancierd. Verder staat hij als geus verkleed op een schuit vol feestvierders. Bij mijn weten is die foto eveneens genomen op 3 oktober. Vermoedelijk werd de bevrijding door de watergeuzen toen nagespeeld.

Van nog eerder stamt een foto uit zijn militaire-diensttijd rond 1918. Hij poseert samen met andere soldaten in uniform voor het hek bij de Leidse burcht. Op al deze foto’s zie je een lange, slanke, vrij serieus ogende man. Al kon hij een behoorlijke grappenmaker zijn.

Met zijn deelname aan het 3-oktoberfeest presenteert hij zich als een rasechte Leidenaar. Maar feitelijk komen zijn voorvaderen en een deel van zijn moeders familie uit het oosten. Een ander deel van de vrouwelijke lijn bevat echter wel typisch Leidse geslachten. Zij vertrokken eeuwen geleden uit Noord-Frankrijk en werkten van generatie op generatie in de Leidse lakenindustrie.

Gezichten bij een trouwakte

Op 24 februari 1916 trouwden mijn opa en oma Leonardus van Veen en Cornelia Kortekaas in het Zuid-Hollandse dorpje Voorhout. Volgens traditie doen ze dit in de plaats waar de bruid was geboren en getogen. Ik vond hun trouwakte zo’n dertig jaar geleden, maar foto’s van het feest ontbraken. Hun akte kreeg volgnummer 3 in het trouwregister. Dat geeft wel aan hoe klein Voorhout toen nog was.

Voor de 28-jarige Leonardus is dit al het tweede huwelijk. Krap vier jaar eerder trouwde hij in Den Haag met Elisabeth Hendrina van Brandenburg. Volgens overlevering stierf zij kort na de geboorte van hun eerste kind. Ook dat kindje, een zoontje, overleed vrij snel daarna. Mogelijk ging het mis bij de bevalling. Of zijn moeder en kind aan tuberculose overleden? Niemand weet het nog zeker.

Mijn vader vertelde dat opa en oma elkaar kennen leerden toen zij bij hem en het zoontje in huis kwam werken. Gisteren kreeg ik voor het eerst hun huwelijksfoto onder ogen. Hij zit in een donkerbruine lijst achter glas en is op een stukje stof geplakt. Achterop heeft iemand ‘24 februari 1916’ geschreven. Ongetwijfeld hopend op een beter begin en een langer leven.

Leonardus van Veen en Cornelia Kortekaas(Met dank aan tante Trees voor het uitlenen van deze foto.)

Verrassing: oude familiefoto’s

Het is mager gesteld met oude foto’s binnen de families Van Veen en Kortekaas. Eigenlijk zoek ik daar al jaren naar. Dus was de verrassing groot toen mijn neef Hans onlangs diverse kiekjes stuurde. Ze werpen nieuw licht op ons verleden.

Alleen, wie zouden er op die foto’s staan? Mijn vader en ik zijn er nog niet uit. Als iemand het weet, horen wij het graag. (Klik op de foto’s om een vergroting te zien.)

familie KortekaasFoto met vijf kleine kinderen. Volgens mijn vader heeft het meisje in het midden een gezicht van de familie Kortekaas.

Foto van jonge vrouw. Ik vermoed dat zij een zus is van opa Van Veen: namelijk Cornelia of Anna (Johanna Maria).Cornelia of Johanna Maria van Veen

Foto van het echtpaar. Mijn vader ziet bij de man gelaatstrekken van de familie Kortekaas. Onbekend is wie de vrouw is. Mogelijk gaat het om de vader van oma (Leonardus Kortekaas) met zijn eerste vrouw Maria Hartveld of zijn tweede vrouw Keetje Mooijekind.Leonardus Kortekaas, Maria Hartveld of Keetje Mooijekind

In elk geval zijn zij niet de ouders van opa Van Veen. Oom Henk en opa leken op overgrootvader. Hij was een beetje klein en tenger, zeker vergeleken bij zijn vrouw. Clasina Knijnenburg had een wat ‘boers’, rond gezicht en was groter dan hij. Clasina droeg eveneens een kanten kapje. Er is een trouwfoto van dit echtpaar waarop zij een hoge hoed draagt. Die hing ooit boven een klok. Weet iemand waar die foto is?

Natuurlijk zijn meer digitale foto’s van de oudere generaties welkom. Ik plaats ze hier graag, zodat ze voor alle verwanten zichtbaar zijn.

PS: Naar aanleiding van deze foto’s heb ik weer onderzoek verricht. Dat leverde nieuwe informatie op. De gegevens over generatie 3 Van Veen heb ik aangevuld met de trouwakte van Johanna Maria, de overlijdensakte van Cornelia en data uit bevolkingsregisters.

Bron originele foto’s: Hans van Veen.

Stoomwalsmachinist bij de Hollandsche Beton Mij

Leonardus van Veen bij stoomwals

Opa Van Veen bij zijn stoomwals

Mijn opa en oma (Leonardus van Veen en Cornelia Kortekaas) zwerven tussen 1928 en 1934 met hun kinderen door Nederland. Zij leven in die jaren in een woonwagen. Opa Van Veen werkt namelijk op een stoomwals aan de asfaltering van wegen tot 1948. De wals is een Aveling & Porter met een steigerend paard in het embleem. Met het negende kind in aantocht, keren ze terug naar een gewoon huis. Want het gezin past niet meer in de wagen.

Als ze de woonwagen naar een standplaats verrijden, ketent opa alles aan elkaar vast. Voorop gaat de stoomwals en die trekt de woonwagen. Daaraan wordt de watertank op wielen vastgemaakt en die sleept nog een ploeg mee. Het is een hele keten. Als ze een dorp binnenrijden, trekken ze direct bekijks. Dan ontstaat er een sfeer van ‘moeder, haal gauw de was binnen’. ‘Alsof zij kermisvolk waren.’, vertelt mijn tante. Vaak hadden de mensen wel gehoord dat er wegwerkzaamheden zouden plaatsvinden. Zodra de lokale inwoners zagen dat het goed volk was, was er niets meer aan de hand.

Oma is niet altijd blij om steeds te verhuizen. Soms komen ze pas ’s avonds aan en moeten ze nog alles opzetten en installeren. In elk geval hoeven ze geen huur te betalen of kolen te kopen. Oma kookt op de briketten die voor de wals worden gebruikt. Het fornuis staat in de houten woonwagen. Dat is gelijk de enige bron van warmte daarbinnen.

Behalve mijn opa, die een vast dienstverband heeft, komen de meewerkende losse arbeiders uit de dorpen zelf. Zeker in de crisisjaren staan er al gauw mannen bij de weg. Die vragen hem dan: ‘Machinist, kunnen we hier werk krijgen?’ De mensen zijn blij met elk klusje.

Mijn oudste tante heeft vanaf haar kleutertijd op maar liefst 23 scholen gezeten. Vanwege de schoolgaande kinderen probeert opa vanaf de woonwagen op de fiets naar zijn werk te rijden. Maar het liefst staat hij dicht bij de plaats van werkzaamheden. Hij moet heel vroeg opstaan om de wals op te stoken. Want er moet stoom zijn zodra het werk begint. Opa werkt van vijf uur ’s morgens de hele dag en ’s avonds moet de wals afkoelen. Maar niet te veel, want anders duurt het opwarmen de volgende dag weer te lang. Hij krijgt ƒ 2,50 extra loon voor het onderhoud aan de wals op zaterdag.

Deze week vroeg ik nog aan mijn vader hoe die mensen dat toch volhielden. Volgens hem hadden ze toen nog geen last van stress.

Opa en oma waren wel in voor een geintje. Als ze een ergens aankwamen, maakten ze de wagen eerst stabiel met houtblokken. Anders liep de klok niet. Dan volgde er een houten trapje bij de deur. Op een gegeven moment klom het ene na het andere kind de wagen in. Er kwam net ‘een boertje’ aanlopen. Bij het laatste kind vroeg opa: ‘Zijn ze nu alle 22 binnen?’ ‘Ja hoor’, kwam dan het antwoord vanuit de wagen. Het boertje zag alles met grote verbazing aan. Later kwam hij weer terug om te vragen of er echt 23 mensen in die woonwagen pasten. De ‘alle-22-act’ hebben ze in diverse plaatsen opgevoerd.

Opa heeft de weg van ’s-Hertogenbosch tot Grave ‘gedraaid’, ofwel geasfalteerd. Evenals de Rijksstraatweg bij Wassenaar en de weg langs paleis Soestdijk naar Amersfoort. Het gezin verbleef met de woonwagen onder andere in Schaijk, Deurne, Helenaveen in De Peel, de Zeilberg, Bergeijk, Sint Oedenrode, Oss, Uden, Udenhout, Heesch, Schijndel, Berkel-Enschot, Valkenswaard, Vorden, Soesterberg en Baarn.

In het boekje ‘Stoomwalsen’ van R. Gebhard staan walsen uit die tijd. Het bevat foto’s en informatie over het leven van machinisten en hun in woonwagens rondtrekkende gezinnen tot circa 1960.

Op bezoek bij oma Van Veen

Oma Van Veen (Cornelia Kortekaas, 1888-1988) zat altijd rechts aan de eettafel bij het raam in haar kamer. Vlak naast de vensterbank. Misschien stonden er ook geraniums op. Het was een stevige vrouw die moeizaam liep met een stok. Ze had ooit haar heup gebroken. In die tijd, we praten over de jaren zestig, gingen ouderen dan al snel naar het bejaardenhuis. Daar werd er voor hen gezorgd. Ik kan mij niet anders herinneren dan dat oma er zat. Zij vond het wel best, vermoed ik. Want ze had in haar leven hard gewerkt en een flinke kinderschare grootgebracht.

Ik kwam op zaterdag regelmatig bij haar langs. Dan kreeg ik dampende thee met een kaakje erbij. Even in de thee dopen en dan gauw in je mond stoppen. Anders valt het natte stukje eraf. Ze vroeg waarschijnlijk hoe het ging op school. Zelf beleefde ze niet veel. Het liefste bracht ze haar dagen door bij het raam. Waar ze vaak wegsoesde tot er iemand kwam.

Op zaterdagen moest ik wat boodschapjes voor haar halen. Het waren enigszins verplichte bezoeken en ik vond het een beetje saai. Zij was toen al hoogbejaard. Het leeftijdsverschil was zo groot, onze werelden zo verschillend. Niet veel later werd zij dement. Maar mijn beperkte persoonlijke herinneringen doen haar totaal geen recht.

Ik vroeg eens wat zij de mooiste periode in haar leven vond. En zij vertelde dat het de tijd was waarin zij met het gezin rondreisde in de woonwagen. Door Nederland, achter het werk van haar man aan. Want opa was stoomwalsmachinist en hij werkte in de wegenbouw.

Voor haar als dorpsmeisje uit het kleine Voorhout ging er een wereld open. Waarschijnlijk was nog niemand in haar familie zo ver weg geweest. Opa en oma trokken met hun kinderen jarenlang door Brabant, Gelderland en Utrecht. Onderweg zagen ze van alles. Het was behelpen in de krappe ruimte, maar oma hield het huishouden draaiende. Voor bevallingen verbleef ze steeds tijdelijk in Leiden, terwijl de jongste kinderen bij familie werden ondergebracht. Opa moest namelijk door met zijn werk. Daarna keerden ze weer terug naar de woonwagen.

Kijk, een oma die van avontuur en reizen houdt. Daar ben ik trots op.

Wat ze deden voor de kost

Hout, verf, staal en elektriciteitskabels. Daarmee werkten mijn vader en ooms om de kost te verdienen. Hun beroepen getuigen van technisch inzicht en een praktische instelling. Als kinderen van hun tijd hadden mijn tantes vooral zorgtaken. Dat vertelt ons minder dan de beroepskeuzes van de mannen. Zou er een verband zijn met de keuzes die hun voorvaders maakten?

Opa Leonardus van Veen op de motor van oom Ton Bredewold

Opa Leonardus van Veen op de motor van oom Ton Bredewold

Opa Leonardus van Veen werkt met voertuigen en staal. Zo is hij smid, rijwielreparateur en stallinghouder bij station Hollands Spoor in Den Haag. Daarna wordt hij mestschipper, fietsenmaker en stoomwalsmachinist. Nog later is hij onderhoudsmonteur in de remise van de Blauwe Tram. En thuis bouwt hij roeiboten. Die man kon kennelijk met elk vervoermiddel overweg. Hij maakt ook tollen en hoepels voor zijn kinderen en verbouwt zelf groenten.

Zijn vader, weer een Leonardus, is arbeider en melkverkoper. Hij doet ongeschoold werk. Diens vader Anthonie van Veen stierf al toen hij nog een baby was. Anders had hij vast beter werk gehad. Want Anthonie was logement en stalhouder, én meester wagenmaker. Hij laat als rijtuigen een ‘vigilant’, een speelwagen, een ‘tilberie’ (tilbury) en een wagentje na. Kijk, daar hebben we de techniek en de voertuigen weer.

Nog een generatie verder stuiten we op Adrianus van Veen. Adrianus is lakenwerker, portier van de Koepoort in Delft, brandersknecht (jenever) en wolwasser. Tijdens zijn leven gaat het in Holland economisch slecht. Daarom pakt hij alles aan om zijn brood te verdienen. Juist met brood bakken schopt één van zijn zoons het ver. Die wordt, omgerekend naar huidige bedragen, miljonair.

Tot besluit is daar Jacobus van Veen, die met Catharina van Toulon in Voorburg woont. Hij is van beroep (zand)schipper en koetsier. Zo komen we opnieuw uit bij vervoermiddelen en kennis van techniek. Want als er onderweg iets kapot gaat, moet hij het kunnen repareren. Blijkbaar hebben mijn vader en ooms hun handigheid en technische inzicht niet van vreemden.

Catharina van Toulon

Sommige voorouders spreken zeer tot de verbeelding. Voor mij is Catharina van Toulon zo iemand. Als telg uit een voornaam protestants geslacht in Dordrecht trouwt zij in 1762 met Jacobus van Veen. Haar vader is ‘ontvanger van de convooien en licenten’, ofwel belastingontvanger. Opa Van Toulon is ‘commis ter recherche bij de Admiraliteit op de Maas te Rotterdam’. Bovendien zijn haar opa van moederszijde en oom van vaderszijde beiden predikant. Jacobus van Veen is echter katholiek. Binnen haar protestantse familie met godsdienaren moet die keuze voor hem streng zijn veroordeeld.

Catharina’s vader overleed toen zij tien jaar was. Kort na haar 25ste begint zij aan ‘een jaar belijdenis van de Roomsche Religie’. Zij is dan oud genoeg om zonder toestemming van haar moeder of voogd te trouwen. Na afloop van dat jaar staat niets het huwelijk met Jacobus nog in de weg. Maar Catharina tekent kennelijk voor verstoting door haar bloedverwanten.

Huwelijk Jacobus van Veen en Catharina van Toulon 1762

Jacobus van Veen en Catharina van Toulon, Delft 1762

Ik neem aan dat zij behoorlijk eigenzinnig was. Toch weet ik vrijwel niets over haar. Bij genealogisch onderzoek vind je soms informatie waardoor je je een bepaalde voorstelling van iemand maakt. Ontdek je daarna gegevens die in een andere richting wijzen, dan blijk je er toch naast te zitten. Dat is mij herhaaldelijk overkomen.

Regelmatig ontmoet ik mensen die over hun leven vertellen. Stel dat ik Jacobus en Catharina zou kunnen spreken, dan zou ik ze het hemd van het lijf vragen.

Want hoe en waar hebben jullie elkaar ontmoet? Hoe verliep jullie verkeringstijd en wat vonden jullie aantrekkelijk aan elkaar? Hoe reageerden jullie vrienden en verwanten? En toen jullie op het matje werden geroepen door geloofsgenoten, hoe reageerden jullie daarop? Vonden jullie steun bij elkaar?

Catharina, hoe is het laatste contact met jouw familie verlopen? Ben je ooit nog in Dordrecht terug geweest? En waar woonden jullie precies in Voorburg? Bij de doop van al jullie kinderen zijn steeds twee familieleden van Jacobus aanwezig. Welke rol hebben die twee in jullie verdere leven gespeeld?

Jullie leefden rond 1800 in een woelige politieke periode en maakten de economische teruggang mee. Wat waren de gevolgen daarvan op jullie persoonlijke situatie? En welke invloed hebben jullie levenservaringen op de opvoeding van de kinderen gehad?

Toen jullie aan het eind van jullie leven kwamen: hoe keken jullie daar op terug? Waar waren jullie trots op en blij mee? En wat zouden jullie anders hebben gedaan?

Vroege contacten Van Veen en Bredewold

Wanneer mijn ouders eind jaren vijftig trouwen, komen de families Van Veen en Bredewold samen. De ene familie woont op het platteland, de andere in de stad. Zij zijn verschillend, maar delen wel hetzelfde geloof. In de jaren vijftig trekken katholieken met katholieken op. Protestantse kinderen gaan naar hun eigen dansschool. Niemand op het trouwfeest van mijn ouders beseft dat de families al twee eeuwen verwant zijn aan elkaar.

Dat zit zo. De oma van mijn opa Leonardus van Veen heet Hendrina Dieben. Zij was de vrouw van Anthonie van Veen. Haar opa en oma zijn Willem Dieben en Helena Lugtel. De ouders van Helena heten Gerrit Lugtel en Pieternella Baten.

Gerrit Lugtel is de eerste man van Pieternella Baten. Als weduwe neemt zij waarschijnlijk de bedrijfsleiding van zijn blekerij aan de Maredijk ‘onder Leiden’ over. Een bleker wast onder meer lakens en laat die op grasvelden in de zon drogen. Daarna trouwt Pieternella in 1745 met de circa vijftien jaar jongere Godefridus Smits, misschien een werknemer. Ze overlijdt binnen een half jaar.

Aan de Bredewold-kant komen we bij Godefridus Smits via mijn overgrootouders Hendrikus J.A. Bredewold en Theresia W. Reinke. Haar moeder is Maria Theresia Huybers. En Maria’s moeder heet Wilhelmina Berendonk. Wilhelmina is de dochter van Catharina Smits en Catharina is, jawel, de dochter van Godefruin/Godefridus Smits.

Kijken we naar de huwelijken, dan zien we hoezeer blekersfamilies in Leiden zijn verstrengeld. Zij komen uit het zuiden (Limburg en over de grens in Duitsland). De meesten wonen bij de bleekvelden net buiten de stad én ze zijn katholiek. Bovendien trouwen twee zusjes Lugtel met twee broers Kuijper. Kortom, het is een hecht gezelschap.

Nog altijd zit er trouwens een wasserij Dieben op de Zoeterwoudsesingel in Leiden, vlak bij waar de Koepoort stond.

Het begin

Pieternella Susanna Poptie

Pieternella Suzanna Poptie

Jaren geleden vertelde mijn oma over een van haar voorvaders. Een zekere Poptie trok met handelswaar van Leiden naar Den Haag. Daarna werd er niets meer van hem vernomen. Wat er gebeurd was, bleef een grote vraag.

In 1995 ging ik zelf op reis. Naar Polynesië, een paradijselijk eilandenrijk in de Stille-Zuidzee. Het werd een maandenlange vakantie. Ik was benieuwd naar het leven van de plaatselijke bevolking.
En voorouderverering is daar van belang. Op diverse eilanden begraaft men overleden familieleden gewoon in de voortuin. Zodat opa en oma altijd in de buurt zijn.

Mijn eigen opa’s en oma’s waren inmiddels overleden. Door die reis werd ik steeds nieuwsgieriger naar mijn eigen verleden. Wie waren mijn voorouders aan vaders- en moederskant? Ik bezocht eerst maar eens het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag. Met aantekeningen van feiten en raadsels waar mijn vader en moeder over hadden verteld.

Daar in de studiezaal gebeurde wat menig genealoog zal herkennen. Ik stuitte op een goudader. Als een kind in een snoepwinkel zocht ik verder en vond het ene na het andere verhaal. Zes jaar later was ik honderden voorouders rijker.

Over mijn uitgebreide genealogische onderzoek heb ik eerder al gepubliceerd (zie pagina Publicaties). Op deze website wil ik de boeiende verhalen naar voren halen. Belevenissen van voorouders publiceer ik in blogs op deze website.  Ter referentie voeg ik per familietak een namenindex toe. De eerste documenten over de familie Van Veen staan hierboven.

Wilt u dit familiespoor ook volgen en nieuwe berichten via e-mail ontvangen? Dat kan via het icoontje ‘volg’ hier rechts boven.