Tagarchief: katholiek

Een blok aan het been van Joannes Nicasius

Gillis Nicasius* en Joanna van der Velde zijn mijn voorouders in de Boekooy-familietak. Anno 2021 zouden zij vast als ‘kwetsbaar’ te boek staan. Ga maar na. Dit echtpaar is laaggeletterd, behoort tot een piepkleine religieuze minderheid, ontbeert een groot netwerk, heeft geen vast inkomen, en is onvermogend. In de winter van 1738/39 zijn ze zelfs afhankelijk van het katholieke armenbestuur voor brandstof en voedsel. Nu zegt dit weinig over hun normen en waarden. Het was toen in Leiden een economisch zware periode. Maar hun puberende zoon Joannes was toch wel een probleemgeval.

Zoon Joannes Nicasius wordt op 3 december 1721 gedoopt in de De Zon. Dit is een katholieke schuilkerk van de Franse Karmelieten in Leiden. Hij groeit op in een gezin met minimaal zeven kinderen, waarvan er enkele jong overlijden. Alles lijkt goed te gaan, tot Joannes op 3 januari 1736 (of 1737) moet verschijnen voor de Schepenen van de stad Leiden. Op dat moment zit hij gevangen in het Gravensteen.

Het is niet eens de eerste keer dat hij in aanraking komt met justitie. Want, zo vragen de Heren: ‘Of hij enige tijd geleden om zijn quaad gedrag en ongehoorsaamheit in zijn ouders huis omtrent vier weken met een blok aan ’t been niet heeft gezeten?’ Tja, dat moet hij wel bevestigen. Het blok bestond uit een zwaar en massief stuk hout dat met een ijzeren ketting en beugel aan zijn been was vastgemaakt. Een gestrafte kon er moeilijk mee uit de voeten en het was meteen voor iedereen zichtbaar dat hij wat op zijn kerfstok had.

Bij kleine overtredingen konden ouders van een jonge delinquent kiezen tussen een geldboete betalen of zelf hun kind straffen. Geld hebben Gillis en Joanna nauwelijks, dus is de keuze snel gemaakt. Toch is het blok aan het been van hun zoon ook voor hen een financiële strop, want Joannes draagt als (wol)spoeler bij aan het gezinsinkomen. De sfeer in huis is er vast niet beter op geworden. En het gaat van kwaad tot erger.

Terwijl zijn ouders nietsvermoedend liggen te slapen in hun huisje op de Uiterstegracht, gaat Joannes nachtenlang met een fout vriendje op pad. Prompt wordt hij samen met Leendert Pieterman betrapt bij de bakker in de Groenesteeg op de hoek van de Middelstegracht. Uit een lade van de hoekbank is ongeveer vijf gulden gestolen. En vijf gulden was een weekloon voor een gewone arbeider. Daar moest een heel gezin van rondkomen. De buit wordt onderling verdeeld en Joannes krijgt tien stuivers; ofwel vijftig cent. Op basis van deze verdeling mogen we aannemen dat Leendert de leiding heeft van het stel.

Dit keer krijgt Joannes een ongenadig pak rammel. Een dienaar van justitie geselt hem met de roede en hij mag blij zijn dat die straf binnenskamers wordt uitgevoerd. Mogelijk hebben zijn ouders hiervoor gepleit. Zo blijft hen tenminste nog enigszins de publieke schande bespaard.

Je vraagt je af wat er van die jongen terecht moet komen, want de buurtbewoners zijn vast op de hoogte. Daarom is de laatste vermelding over Joannes Nicasius veelzeggend. Hij prijkt met zijn ouders, drie zusjes en een jonger broertje op de lijst van het katholieke armenbestuur. In de winter van 1738/39 kan het gezin namelijk niet meer rondkomen en ontvangt het voor het eerst alimentatie. Rond die tijd krijgen circa 400 katholieke armen in Leiden ondersteuning, bestaande uit kleding, brood of turf.

Vijf woorden achter Joannes’ naam op die lijst vertellen voorlopig de rest van zijn levensverhaal: ‘in 1742 naar Oost Indië’.

(* De naam Nicasius wordt op allerlei manieren gespeld en verbasterd. Bijvoorbeeld: Nicasius, Nicaese, Nicasi, Lekkasie, La Kase, La Case, Lakaase, en Lakazie.)

Catharina van Toulon

Sommige voorouders spreken zeer tot de verbeelding. Voor mij is Catharina van Toulon zo iemand. Als telg uit een voornaam protestants geslacht in Dordrecht trouwt zij in 1762 met Jacobus van Veen. Haar vader is ‘ontvanger van de convooien en licenten’, ofwel belastingontvanger. Opa Van Toulon is ‘commis ter recherche bij de Admiraliteit op de Maas te Rotterdam’. Bovendien zijn haar opa van moederszijde en oom van vaderszijde beiden predikant. Jacobus van Veen is echter katholiek. Binnen haar protestantse familie met godsdienaren moet die keuze voor hem streng zijn veroordeeld.

Catharina’s vader overleed toen zij tien jaar was. Kort na haar 25ste begint zij aan ‘een jaar belijdenis van de Roomsche Religie’. Zij is dan oud genoeg om zonder toestemming van haar moeder of voogd te trouwen. Na afloop van dat jaar staat niets het huwelijk met Jacobus nog in de weg. Maar Catharina tekent kennelijk voor verstoting door haar bloedverwanten.

Huwelijk Jacobus van Veen en Catharina van Toulon 1762

Jacobus van Veen en Catharina van Toulon, Delft 1762

Ik neem aan dat zij behoorlijk eigenzinnig was. Toch weet ik vrijwel niets over haar. Bij genealogisch onderzoek vind je soms informatie waardoor je je een bepaalde voorstelling van iemand maakt. Ontdek je daarna gegevens die in een andere richting wijzen, dan blijk je er toch naast te zitten. Dat is mij herhaaldelijk overkomen.

Regelmatig ontmoet ik mensen die over hun leven vertellen. Stel dat ik Jacobus en Catharina zou kunnen spreken, dan zou ik ze het hemd van het lijf vragen.

Want hoe en waar hebben jullie elkaar ontmoet? Hoe verliep jullie verkeringstijd en wat vonden jullie aantrekkelijk aan elkaar? Hoe reageerden jullie vrienden en verwanten? En toen jullie op het matje werden geroepen door geloofsgenoten, hoe reageerden jullie daarop? Vonden jullie steun bij elkaar?

Catharina, hoe is het laatste contact met jouw familie verlopen? Ben je ooit nog in Dordrecht terug geweest? En waar woonden jullie precies in Voorburg? Bij de doop van al jullie kinderen zijn steeds twee familieleden van Jacobus aanwezig. Welke rol hebben die twee in jullie verdere leven gespeeld?

Jullie leefden rond 1800 in een woelige politieke periode en maakten de economische teruggang mee. Wat waren de gevolgen daarvan op jullie persoonlijke situatie? En welke invloed hebben jullie levenservaringen op de opvoeding van de kinderen gehad?

Toen jullie aan het eind van jullie leven kwamen: hoe keken jullie daar op terug? Waar waren jullie trots op en blij mee? En wat zouden jullie anders hebben gedaan?