Tagarchief: Zwolle

Zwolse bakker Bredewold werkt in 1828 al machinaal

Wij vinden het nu tamelijk onsmakelijk om eten met onze voeten te bereiden. Maar in de negentiende eeuw moeten bakkers het zware deeg met hun eigen spierkracht kneden. Daarbij gebruiken ze alle vier de ledematen. Ach, de oven doodt toch alle ziektekiemen, zullen ze gedacht hebben.

‘Voor tarwebrood gebeurde dit kneden doorgaans met de hand, voor roggebrood met de voeten. De voeten mochten niet met zeep gewassen worden omdat hierdoor de smaak van het brood beïnvloed kon worden. De voeten werden daarom alleen met warm water gereinigd en vervolgens met roggedeeg ingesmeerd. Tijdens het ‘treden’ van het deeg hield de bakker zich vast aan een boven de kneedbak bevestigd touw of aan een stok.’ (Bron: het Bakkerijmuseum in Hattem.)

Niemand die over de voeten valt. Totdat een fabrikant van machinaal gereedschap een slimme marketingtruc bedenkt. Hij wijst de bakkers fijntjes op het belang van hygiëne voor een goede gezondheid. Dat vindt tenslotte iedereen belangrijk, dus zien de bakkers er wel brood in. Mijn voorvader Hendrikus Bredewold plaatst in 1828 deze advertentie in de Overijsselsche courant:

bakkerstrog Bredewold ZwolleHendrikus is de derde generatie in een bakkersfamilie. De Bredewolden wonen en werken al zeker sinds 1759 in de Zwolse Voorstraat nabij de Melkmarktsteeg. Nadat Hendrikus’ vader Bernardus in 1811 overlijdt, zet eerst moeder Geertruida Jorink de zaak als weduwe nog zelfstandig voort. Haar vader was ook winkelier. Vermoedelijk was ze daarom van jongs af aan gewend om met klanten om te gaan.

Op 19 december 1845 prijst Hendrikus zijn koopwaar aan in een regionale krant. ‘Nieuwe Saucise de Boulonge, à 50 Ct. De 5 Onc, Bij H. Bredewold.’  Wanneer hij in 1866 overlijdt, neemt zijn enige zoon Bernardus Johannes Carolus de bakkerij in de Voorstraat over. Die breidt het assortiment uit met ‘koloniale waren’. Denk aan koffie, thee, cacao en dergelijke. De zaak blijft minimaal 120 jaar in de familie, tot ook Bernardus in 1878 overlijdt.

Wilt u meer weten over het werk in een traditionele bakkerij? Lees dan verder op de zeer informatieve website van het Bakkerijmuseum.

Opa als watergeus tijdens Leidens Ontzet

watergeuzen 3 oktober

Opa Bredewold is de tweede persoon rechts.

Johannes Josephus Bredewold (1889 – 1951) is de vader van mijn moeder. Deze opa heb ik nooit gekend, want hij was al voor mijn geboorte overleden. Tijdens Leidens Ontzet deed hij als figurant mee aan de grote optocht. Er is een portret waarop hij in vol ornaat gekleed zit op een paard. Als kind vond ik die foto zeer fascinerend. Hij hing aan de muur bij de trap naar de woonkamer van oma, in het huis aan de Lange Mare.

Opa Bredewold had een winkel en als ondernemer maakte hij tijdens optochten reclame. Zoals nu nog gebruikelijk is. Hij heeft ook eens een praalwagen gefinancierd. Verder staat hij als geus verkleed op een schuit vol feestvierders. Bij mijn weten is die foto eveneens genomen op 3 oktober. Vermoedelijk werd de bevrijding door de watergeuzen toen nagespeeld.

Van nog eerder stamt een foto uit zijn militaire-diensttijd rond 1918. Hij poseert samen met andere soldaten in uniform voor het hek bij de Leidse burcht. Op al deze foto’s zie je een lange, slanke, vrij serieus ogende man. Al kon hij een behoorlijke grappenmaker zijn.

Met zijn deelname aan het 3-oktoberfeest presenteert hij zich als een rasechte Leidenaar. Maar feitelijk komen zijn voorvaderen en een deel van zijn moeders familie uit het oosten. Een ander deel van de vrouwelijke lijn bevat echter wel typisch Leidse geslachten. Zij vertrokken eeuwen geleden uit Noord-Frankrijk en werkten van generatie op generatie in de Leidse lakenindustrie.