Tagarchief: Barent Jansz van Sonnevelt

De pest halveert gezinnen Sonnevelt en Oliviers

Anno 2016 kunnen wij ons moeilijk voorstellen hoe rampzalig de pest vroeger was. Mijn Leidse voorouders hebben diverse epidemieën doorstaan. De ziekte bracht dood en verderf in de stad tijdens het beleg van 1574, in 1601, 1604, 1624, 1635, 1655 en 1666. Tijdens de epidemie van 1624-1625 stierven bijna 10.000 mensen en in 1635 bijna 15.000. In 1622 telde Leiden nog 45.000 inwoners. Bijna een derde van de bevolking werd weggevaagd. Pas eeuwen later werd bekend waardoor: bacteriën in rattenvlooien.

Hogewoerd LeidenDe pest treft enkele gezinnen in de familietak van Van Wijk zeer zwaar. Neem Barent Jansz van Sonnevelt en Grietje Jorisdr Focker (generatie 12). Hij is in 1635 bakker en woont met zijn gezin in het ’t Vergulde Lam op de hoek van de Hogewoerd. In zijn zaak ligt natuurlijk een voorraad graan. Dat trekt ratten uit de nabijgelegen grachten aan.
Gealarmeerd door wat zij om zich heen zien, laten ze op 12 oktober 1635 de notaris aan huis komen. Op dat moment zijn ze nog ‘beijde gesont van lichame, gaende en staende, haer verstant wel machtig’. Slechts twee weken later is Grietje dood. Binnen een maand daarna sterven vader Barent en de zoontjes Joris en Jan. Een half gezin is weggevaagd.

Ook de familie Robijn ontsnapt in 1635 niet aan de ziekte. Franchoys Robijn (generatie 12) woont met zijn vrouw Maeijken van der Linde in de Raamsteeg, niet ver van de Hogewoerd.
Ze zijn vier jaar eerder getrouwd en hebben twee kleine kinderen. Franchoys sterft medio oktober; zijn eenjarige zoontje twee weken daarna. Mogelijk heeft Franchoys’ moeder Jaecquemijntje onbedoeld de dodelijke vlooien overgebracht. Jaecquemijntje van de Walle is in 1635 weduwe en overlijdt eind september namelijk als eerste familielid.

De grootste slachting richt een eerdere pestepidemie aan in het gezin van Caerl Oliviers en Tabitha de Bels (generatie 13). Deze Vlamingen hadden vast op een betere toekomst in Leiden gehoopt. Zij wonen in 1624 op de Achtergracht (nu: Catharinaveststeeg) wanneer het noodlot toeslaat. Tabitha, ongeveer 50 jaar oud, en vier kinderen sterven. Ook nu gebeurt dat binnen het tijdbestek van slechts een maand. Het leed was eigenlijk niet te bevatten, maar het leven ging door. In januari 1625, vier maanden later, staat Caerl alweer met een weduwe voor het altaar.