Vergankelijkheid

Toen ik eind 1995 aan de zoektocht naar mijn voorouders begon, zat het Gemeentearchief Leiden tijdelijk in een piepklein gebouwtje. Dat stond in de Dolhuissteeg; een zijstraatje van de Lange Mare. Op dat moment was ik al naar het CBG in Den Haag geweest, vlak achter het Centraal Station. Daar, in de halfronde studiezaal, zaten voornamelijk grijze heren in gewijde stilte naar schermen te turen. Je moest een plastic plaatje met minifoto’s van documenten onder een glasplaat leggen en die dan zo verschuiven dat de gewenste pagina vergroot op het scherm verscheen. Sindsdien is er veel veranderd.

Een genealogisch navorser weet wat vergankelijkheid is. Al die voorouders, generatie na generatie. Ik heb ze even uit de vergetelheid gehaald en hun levens gereconstrueerd, voor zover dat eeuwen later mogelijk was. Het waren mensen van vlees en bloed die hier rond hebben gelopen. Ook zij hebben vreugde en zorgelijke tijden gekend. Maar hoe zij over hun eigen levens dachten, weten we niet. En op een gegeven moment was alles weer voorbij.

Binnen de genealogie heb ik de automatisering en digitalisering zien opkomen. Ideaal voor wie een enorme hoeveelheid data overzichtelijk wil presenteren. Ik heb voor een andere vorm gekozen, omdat de gezinsbeschrijvingen beter tonen wie mijn voorouders waren. Als personen.

Ik heb stilgestaan bij hun levens, hun kinderen, hun werk en de huizen waarin zijn woonden. Soms was ik zo intensief met dit onderzoek bezig, dat ik het geratel van paard-en-wagens over de oude kinderkopjes in de Leidse straten kon horen. De eeuwen waarin mijn voorouders hebben geleefd, waren zo anders dan nu. Wij kunnen ons er bijna geen voorstelling maken hoe alles rook, klonk of smaakte. Onze voorouders droegen graag nauwsluitende kleding, omdat zij zich daarin geborgen voelden. Het is maar een detail.

Hoe was het echt voor een vrouw, om zonder noemenswaardige gezondheidszorg twaalf kinderen te baren en groot te brengen? Hoe hield een oude man het vol om twaalf uur per dag loodzwaar werk te verrichten? Dat onze voorouders niet oud werden, is een hardnekkige mythe. Als kinderen de eerste vijf jaren hadden doorstaan, konden zij evengoed tachtig worden.

Ik heb over mijn voorouders geschreven en via Familiesporen tien jaar lang alle vondsten gedeeld. De bestanden zijn ruim 50.000 keer gedownload. Daarmee is een doel bereikt, want mijn voorouders zijn voor even weer terug in onze herinneringen.

Nu is er een nieuwe lichting genealogen opgestaan en op internet verschijnen steeds meer bronnen. Het is niet mijn ambitie om eindeloos naar aanvullingen te blijven zoeken. Met 3.000 pagina’s aan familiegeschiedenis heb ik een redelijke indruk gekregen en gegeven.

Binnenkort verdwijnt Familiesporen, want alles verandert en niets is voor eeuwig. Bedankt voor uw belangstelling.

… and kingdoms rise
and kingdoms fall
but you go on …
and on …
October, U2